Overplaatsing inrichten

Met het proces Overplaatsing leg je vast dat een medewerker wordt overgeplaatst. Je kunt hierbij kiezen voor een geautoriseerde of ongeautoriseerde variant, afhankelijk van welke medewerkers de instuurder mag selecteren.

In dit artikel nemen we je stap voor stap mee in de inrichting.

Inhoud

  • Stap 1: Workflow inrichten
  • Stap 2: Profiel inrichten
  • Stap 3: Contexten inrichten
Stap 1: Workflow inrichten

In de workflow bepaal je wie de overplaatsing controleert en in welke volgorde dit gebeurt.

Je kunt twee varianten gebruiken:

  • Overplaatsen (Profit)

    Gebruik deze variant als de instuurder alleen medewerkers mag selecteren waarvoor deze geautoriseerd is.

  • Overplaatsen (ongeautoriseerd) (Profit)

    Gebruik deze variant als de instuurder ook medewerkers moet kunnen selecteren waarvoor deze normaal gesproken niet geautoriseerd is. Dit maakt het bijvoorbeeld mogelijk dat de toekomstige leidinggevende de overplaatsing start.

    Bij de ongeautoriseerde variant start vaak de toekomstige leidinggevende de overplaatsing. De huidige leidinggevende beoordeelt vervolgens de workflow. Bij goedkeuring wordt de overplaatsing geregistreerd in Profit. Bij afkeuring kan de aanvraag worden teruggestuurd en opnieuw worden ingestuurd.

Workflow inrichten:

  1. Ga naar: CRM / Dossier / Inrichting / Type dossieritem.
  2. Open de eigenschappen van het type dossieritem Overplaatsen (Profit) of Overplaatsen (ongeautoriseerd) (Profit).
  3. Ga naar het tabblad: Workflows.
  4. Open de eigenschappen van de workflow die bij het gekozen type dossieritem hoort:
    • Medewerker overplaatsing bij de geautoriseerde variant;
    • Overplaatsing ongeautoriseerd bij de ongeautoriseerde variant.
  5. Richt de workflow in.
Stap 2: Profiel inrichten

Een profiel helpt je om de invoer van een proces zo eenvoudig mogelijk te maken. Een profiel creƫert een pagina op InSite waarmee je het proces start. Per proces gebruik je een Aanmaak- en een Beoordelenprofiel. In het Aanmaakprofiel leg je instellingen vast die van toepassing zijn bij het starten van een proces op InSite. Per profiel richt je ook contexten in, waarmee je voorkeursinstellingen op velden kunt vastleggen.

Er zijn twee typen profielen:

  • Overplaatsing

    De instuurder kan alleen medewerkers selecteren waarvoor deze geautoriseerd is.

  • Overplaatsing ongeautoriseerd

    De instuurder kan alle medewerkers selecteren. Hierdoor kan bijvoorbeeld de toekomstige leidinggevende de overplaatsing starten, ook als de medewerker op dat moment nog onder een andere leidinggevende valt.

Bij Overplaatsing kun je het volgende instellen in het profiel:

  • Workflow

    Selecteer hier de workflow die je wilt gebruiken.

  • Beoordelingsprofiel

    Nadat de overplaatsing is aangemaakt met het aanmakenprofiel, volgt de workflow de instellingen van het gekoppelde beoordelingsprofiel. Dit gaat voornamelijk om de veldinstellingen binnen de context.

  • Toelichting bij Aanmaken

    Vul hier de toelichting in die je wilt meegeven aan de gebruiker bij het starten van het proces. Verdere instructies kun je in dit veld kwijt.

  • Voorkeurwaarden gebruiken

    Hiermee bepaal je of Profit de voorkeurwaarden uit de context gebruikt of de huidige gegevens van de medewerker als uitgangspunt neemt.

  • Aanvullende gegevens muteren

    Hiermee bepaal je welke andere medewerkergegevens tegelijkertijd met de overplaatsing gewijzigd kunnen worden.

Profiel inrichten:

  1. Ga naar: Algemeen / In & OutSite / Profiel.
  2. Filter in de kolom Type profiel of 'Overplaatsing'. Alle aanmaken- en beoordelenprofielen worden getoond.
  3. Open de eigenschappen van het profiel dat je wilt gebruiken;
    • Overplaatsing, of
    • Overplaatsing ongeautoriseerd.
  4. Selecteer bij Workflow de workflow die je in de vorige stap hebt ingericht.
  5. Controleer of het juiste beoordelingsprofiel is gekoppeld.
  6. Bepaal of je Voorkeurwaarden gebruiken wilt inschakelen.
  7. Bepaal bij Aanvullende gegevens muteren welke aanvullende wijzigingen binnen het proces zijn toegestaan.
  8. Vul bij Toelichting bij aanmaken een toelichting die je wilt tonen aan de medewerker die de mutatie gaat insturen.
  9. Klik op: Opslaan en sluiten.

Stap 3: Contexten inrichten

In een profiel pas je contexten toe. Contexten zijn verzamelingen van velden die relevant zijn voor het proces dat je gebruikt. Op de velden kun je instellingen vastleggen.

In dit artikel lees je meer over contexten en hoe je deze beheert en aanpast.

Voor de overplaatsing zijn de volgende contexten beschikbaar:

  • Org. Eenheid/functie
  • Mdw./Formatieverdeling
  • Looncomponent
  • Mdw./rooster (optioneel)
  • Mdw./Werkrooster (optioneel)
  • Mdw./Werklocatiepatroon (optioneel)
  • Mdw./salaris (optioneel)
  • Mdw./Periodiek (optioneel)
  • Mdw./thuiswerkdagen (optioneel)

Controleer per context welke velden zichtbaar, wijzigbaar of verplicht moeten zijn.